Handen af van de Afsluitdijk

Opinieartikel NRC Handelsblad 8 januari 2008 en NRC Next 10 januari 2008:

Eind van dit jaar wil staatssecretaris Huizinga een besluit nemen over de toekomst van de Afsluitdijk. Zij vindt dat het hele gebied rondom de dijk vernieuwd moet worden. Deze maand vindt al een eerste bijeenkomst plaats waarin deskundigen hun plannen presenteren.

Dat de Afsluitdijk toe is aan een grote opknapbeurt, staat buiten kijf. Hij voldoet als waterkering niet meer aan de veiligheidseisen. Ook is de spuicapaciteit te gering. De dijk moet dus hoger worden en van een extra spuisluis worden voorzien.

Maar in de drang tot vernieuwing van het gebied schuilt wel een groot gevaar. De Afsluitdijk lijkt vogelvrij verklaard.

Onlangs haalde Wubbo Ockels het nieuws met zijn plannen om door de plaatsing van zonnepanelen van de Afsluitdijk een ‘Wall of Solar' maken. Ook wil hij door de aanleg van een tweede Afsluitdijk energie opwekken.

Ockels is niet de enige met ideeën voor de dijk. Ten eerste is de kaarsrechte, stoere dam van 30 km lengte natuurlijk een gruwel voor de altijd wat romantisch, dromerig en speels aangelegde ecologen. Die zouden het liefst zien dat de Afsluitdijk in zijn geheel zou plaatsmaken voor een slingerende dam, met aan weerskanten brakwaterzones - daarbij gemakkelijk vergetend hoe groot de waarde van het IJsselmeer als zoetwaterbuffer en drinkwatervoorziening is.

Ook uit een andere - en misschien gevaarlijker - hoek klinkt de laatste tijd het geluid dat die Afsluitdijk maar saai en lelijk is: die van projectontwikkelaars en sommige landschapsarchitecten. Likkebaardend zitten ze achter hun tekentafel om een van de weinig resterende stukken open Nederland vol te proppen met hun modieuze ontwerpen.

Het begon met rijksbouwmeester Mels Crouwel. Hij opperde in 2006 het idee om tienduizend woningen op de Afsluitdijk te realiseren. Zijn argument was dat zo het open Friese landschap daarvan gevrijwaard zou blijven. Dat inspireerde projectontwikkelaars als Peter Kieft om een 124 meter hoog kegelvormig hotel op te trekken.

In opdracht van het Atelier van de Rijksbouwmeester ontwikkelde ook een aantal jonge architecten voor de Afsluitdijk ideeën. Het oktobernummer van De Blauwe Kamer, een tijdschrift voor landschapsontwikkeling, deed daarvan juichend verslag. De een wil ‘de Afsluitdijk van een eigen vocabulaire' voorzien door een betonnen alfabet met letters zo groot als huizen. Een ander wil een eilandenrijk rondom de Afsluitdijk omdat de Waddenzee en het IJsselmeer zo ‘beestachtig vervelend' zijn. Het ‘gebrek aan prikkels' wordt in een ander project gecompenseerd door de plaatsing van een windorgel op de dijk, dat afhankelijk van de wind een mengeling van bromtoon en fluitklanken zal voortbrengen. En ooit geweten wat de ideale vestigingsplaats van een Europese Universiteit voor Kustzones is? Ja, de Afsluitdijk!

Stuitend aan al deze plannen is dat geen rekening wordt gehouden met de cultuurhistorische en landschappelijke waarde van de Afsluitdijk.

De viering van het 75-jarig bestaan van de Afsluitdijk ging in 2007 niet ongemerkt voorbij. De NOS-televisie maakte er een nationale happening van en onder grote belangstelling heronthulde prins Willem-Alexander het standbeeld van Cornelis Lely, de schepper van dit grote werk.

Als er één ding duidelijk naar voren kwam, was het wel dat die 75 jaar oude dijk bij menigeen een heel aparte plaats inneemt. In de lokale pers verschenen daarvan prachtige verhalen en tijdens lezingen hoorde ik ontroerende herinneringen. Hoezo oeverloos vervelend? Vrijwel iedereen herinnert zich een tocht over de Afsluitdijk als een sensationele ervaring. De kroonprins zelf gaf daarvan een mooi staaltje. In zijn toespraak vertelde hij dat hij het schoolreisje naar de Afsluitdijk als de dag van gisteren kon herinneren. Glunderend sprak hij: „Toen besloot ik watermanager te worden."

De omgang met de dijk is altijd wat moeizaam geweest. De feestelijke plechtigheid van de afsluiting van de Zuiderzee op 28 mei 1932 was niet de nationale gebeurtenis zoals die later door de voortdurende herhaling van de beelden in ons collectieve geheugen is gegrift. De koningin was er niet bij, noch de minister-president. Eigenlijk was alles voorbij eer men er erg in had. De verslaggever van de Nieuwe Rotterdamsche Courant citeerde een verbaasde buitenlandse journalist: „Gij Hollanders, maakt niet genoeg reclame voor uw land. Dit was er een prachtige gelegenheid voor geweest, een gelegenheid die niet spoedig terugkomt."

Enige erkenning vond de Afsluitdijk natuurlijk wel. Grote Nederlandse cineasten als Ivens en Haanstra zagen de schoonheid en de sensatie van de Afsluitdijk wel. In de recente boekenserie 'Plaatsen van herinnering' is de Afsluitdijk een ‘lieu de mémoire', een plek waar het verleden zich met kracht manifesteert. En in het vorig jaar verschenen monumentale standaardwerk Bouwen in Nederland 600-2000 heeft de Afsluitdijk als belangrijke bouwprestatie van de twintigste eeuw een prominente plaats.

Buitenlanders lijken de Afsluitdijk nog het best te waarderen. Chinese kinderen leren dat ‘vanaf de maan' twee bouwwerken op de wereld met het blote oog te onderscheiden zijn: de Chinese Muur en de Nederlandse Afsluitdijk. „One of mankinds better moments" , zo noemde de Amerikaanse historica Barbara Tuchman de aanleg van de Afsluitdijk zelfs, een hoogtepunt in de geschiedenis van de mensheid. Zij schreef: „Rijd erover heen, met de lome zee aan de ene kant en het nieuwe land aan de andere, en je voelt je eventjes vervuld van optimisme over de mensheid."

Met dát optimisme was geestelijk vader Cornelis Lely ook vervuld toen hij zijn plannen maakte. Natuurlijk, er waren andere en nuchtere argumenten. In de eerste plaats ligt de Afsluitdijk er om Nederland beter tegen de zee te beschermen. De stormvloed van 1916 bewees opnieuw hoe noodzakelijk dat was. Verder bestond behoefte aan nieuwe landbouwgrond, een betere waterhuishouding in de omringende provincies. Maar wat de doorslag gaf was het nationaal sentiment in het tijdens de Eerste Wereldoorlog neutraal gebleven Nederland.

Nederland kon door het Zuiderzeeproject ‘uit de trieste sfeer van distributiezorg en oorlogsgetob' komen. Nederland, zo vond de meerderheid in het parlement, had behoefte aan „een groot bezielend werk, dat om durf en krachtsinspanning vraagt", een nationale onderneming die in staat zou zijn de „phantasie te boeien, geestdrift te doen ontvlammen en de krachten in het volk tot ontplooiing en samenwerking op te roepen."

En er was ook moed voor nodig die enorme onderneming aan te durven. Technisch, wetenschappelijk en organisatorisch. De Afsluitdijk is daarom veel meer dan een icoon van de Nederlandse waterstaatsgeschiedenis. De Afsluitdijk is een icoon van maatschappelijke vooruitgang, van een overwinning op het verleden. Hij vertegenwoordigt de hoop in een nieuwe tijd en het verlangen naar moderniteit. Of in de woorden van Tuchman: met al die aandacht voor oorlog en ander vormen van negatieve geschiedenis, kan het benadrukken van de positieve gevolgen van menselijk handelen geen kwaad.

In een recente brochure wees de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten ook op het belang het ruimtelijke karakter met zijn grote openheid te handhaven. In de functionele vormgeving schuilt de esthetiek van de dijk: een 30 kilometer lange streep door het water, vrijwel kaarsrecht, in een omgeving van lucht en leegte, verre uitzichten en eindeloos perspectief. De kracht van de wetenschap en het geloof in vooruitgang wordt gesymboliseerd door de Stevin- en Lorentzsluizen van architect Dirk Roosenburg en het monument van Willem Dudok, gebouwd in de architectuur van de Nieuwe Zakelijkheid. Deze bouwwerken staan inmiddels op de Rijksmonumentenlijst.

Het is hoog tijd om de Afsluitdijk in zijn geheel op de Rijksmonumentenlijst te zetten. Niet om te voorkomen dat er aan gesleuteld wordt (want het is een waterkering en het past in de Nederlandse traditie om die te verhogen mocht dat nodig zijn), maar om de Afsluitdijk tegen ongewenste ontwikkelingen te beschermen. De cultuurhistorische en landschappelijke waarde van de Afsluitdijk dient in elke toekomstverkenning het uitgangspunt te zijn.

Laat niet dit vrijwel laatste echt open gebied ten prooi vallen aan verrommeling. Als de Afsluitdijk nu als nationaal monument wordt erkend, is men een hoop ellende voor.

Dr. Willem van der Ham is onderzoeker en publicist. In 2007 verscheen zijn biografie van Cornelis Lely Verover mij dat land.

Poster Handen af van de Afsluitdijk